Van wie is het internet?

Op deze pagina, ga je leren over de mensen die bepalen hoe het internet werkt.

Sommige mensen denken dat niemand de baas is over het internet en dat iedereen vrij met elkaar samenwerkt zonder een overkoepelende organisatie. Het is waar dat vrije samenwerking een belangrijke rol speelt, maar mensen kunnen bijvoorbeeld niet zo maar een eigen IP-adres of domeinnaam kiezen, dan zouden er problemen ontstaan. We kunnen bijvoorbeeld geen website maken die bjoc.org heet, die domeinnaam is al in handen van een ander bedrijf (om precies te zijn een wetenschappelijk tijdschrift over organische chemie). Tot 2009 was de Amerikaanse overheid degene die de domeinnaamhiërarchie van het internet beheerste, waarbij de details bepaald werden door het ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers, in het Nederlands "Internetbedrijf voor toegewezen namen en getallen").

In 2009 heeft het Amerikaanse Departement van Handel een nieuw verdrag met het ICANN getekend, waarin ICANN wordt erkend als een zelfstandige, internationale organisatie, hoewel ze nog steeds onder contract staan bij het Departement van Handel voor bepaalde voorwaardes. Critici zijn nog steeds niet tevreden over het feit dat ICANN niet helemaal zelfstandig is.

De kracht van open protocollen

De groei van het internet wordt gevoed door open protocollen, standaarden die niet in bezit zijn van een bedrijf.

Voorbeelden van open protocollen:

De protocollen voor het internet veranderen na verloop van tijd. De Internet Engineering Task Force (IETF) zijn de experts die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen en goedkeuren van deze protocollen. ICANN controleert de DNS-hiërarchie en de verdeling van IP-adressen.

Leer meer over deze organisaties

Het werk van het IETF wordt vooral gedaan via mail. Iedereen met genoeg kennis van zaken kan toegevoegd worden aan deze lijst met emailadressen. Beslissingen worden gemaakt via consensus (iedereen moet het ermee eens zijn voor iets aangepast wordt), nooit door te stemmen. Het idee is dat als een voorstel zo ongewenst is dat je erover moet stemmen, je beter het voorstel kan verbeteren tot iedereen er tevreden mee is. In tegenstelling tot het ICANN, heeft het IETF weinig last van politieke druk, ook al zijn de meeste leden al heel lang vooral Amerikanen.

The Internet Society (ISOC), in het Nederlands De Internetsamenleving, is een wereldwijde non-profitorganisatie waar iedereen> lid van kan worden, gratis. Het is nu officieel de baas over het IETF en geeft ook les en ondersteunt overheidsbeleid dat bijdraagt aan een open internet.

Het probleem met het Amerikaanse bewind

Geen Afbeelding

Als je het raar vindt dat één land een wereldwijd netwerk bestuurt, dan ben je niet de enige. Andere landen zijn nooit blij geweest met het Amerikaanse bewind van het internet. De Amerikanen hadden officieel de touwtjes in handen tot 2009 maar volgens velen is het eigenlijk nog steeds zo.

Tot 2009 moesten alle DNS-domeinnamen bijvoorbeeld gebruik maken van het Engelse alfabet, ondanks talloze verzoeken om meer alfabeten toe te voegen.

Het probleem met de Amerikaanse heerschappij is nog meer onder vuur komen te liggen toe in 2013 Edward Snowden (zie rechts, bron:Wikipedia) aan het licht bract dat de Amerikaanse veiligheidsdienst het internet over de hele wereld bespioneerde. We hebben op dit moment nog geen idee hoe dit opgelost gaat worden.

Hoe kwamen de Verenigde Staten ooit in het bezit van het internet?

In 1968 maakt ARPA, een onderzoeksgroep van het Amerikaanse Ministerie van Defensie bekend dat ze werkten aan een grootschalig netwerk. In 1969 werden de eerste verbindingen gelegd tussen 4 universiteiten. Op zijn hoogtepunt waren honderden computers verbonden met ARPANET (al deze computers waren in bezit van militaire basissen of informatica-onderzoekers.)

ARPANET was klein, maar het was wel de inspiratie voor de protocollen die de fundering werden van het internet. En het was in het bezit van het Amerikaanse leger.

Toen IP uitgevonden werd in 1982, was het ARPANET slechts een netwerk van de velen andere en het werd buiten werking gesteld in 1990. In 1982 had het NSF (National Science Foundation, in het Nederlands Nationale Wetenschapstichting) de kern van een nieuw netwerk gebouwd. In die tijd waren bedrijven nog steeds niet toegestaan op het netwerk, maar er was duidelijk veel vraag naar. Dus werden commerciële netwerken gebouwd die gebruik maakten van IP.

Hoe ging het van onderzoek naar handel?

Al deze tijd werd de toewijzing van IP-adressen en domeinnamen beheerst door het ARPA en later door het NSF. Maar toen het commerciële gebruik van het internet groter werd dan het gebruik voor onderzoek, ging het toewijzen van IP-adressen en domeinnamen naar het Amerikaanse Ministerie van Handel, dat het ICANN oprichtte voor deze rol.

In 2009, ondertekende het ministerie een regeling om het ICANN onafhankelijk te maken. Toch heeft het ICANN een contract met de Verenigde Staten waarin staat dat het Ministerie van Handel het werk van het ICANN mag controleren.

  1. Lees pagina's 312-316 van Blown to Bits.
Terug Volgende